
Disclaimer | Contact | Home
Afzien in de Hel !
Het zou een mooie titel zijn voor een thriller. Spijtig genoeg is het de naakte waarheid. De naakte waarheid zoals hij werd meegemaakt door Adjudant UDA Pierre Berton, (ANC). Pierre Berton was in België jonge Sergeant bij de UDA, nadat hij zijn opleiding tot gevechtspiloot had moeten staken. Pierre had zich toen voorgenomen om in Congo te dienen. Een paar dagen na "Dragon Rouge" kwam hij in Stanleyville toe, (het huidige Kisangani). Pierre was net te laat om deel te nemen aan de operaties van de UDA in samenwerking met 1 Para en de 2 Cie van het 2 Cdo. De Para's waren vertrokken, maar de UDA bleef over, net als de Colonnes van de Ommegang.
Vergeet niet dat in 1964 en 1965 de UDA aanwezig was op Congolees grondgebied, als deel van het ANC, (Armée Nationale Congolaise), en als lid van de FATaC werkten zij nauw samen met de Belgische piloten die voor de Congolese FATaC vlogen. Deze piloten waren immers de kruiwagen van de UDef, (of UDA). En laten we nu Pierre aan het woord. Zoals ik reeds opmerkte komt Pierre vanuit Kamina toe in Stan, juist na de interventie van "Dragon Rouge".
Rumes, 4 augustus 2007,
Beste vriend uit de V.V.E.,
Maar goed. In November 1964 heb ik gevraagd om naar Congo te vertrekken om deel te nemen aan de militaire operaties, met mijn vrienden Marc Carlier en Claude Leemans, die toen al in Congo waren. Ik ben in Kamina, (BAKA), toegekomen in het begin van december 1964, dus net na de interventies op Dragon Rouge, (Stanleyville), en Dragon Noir, (Paulis), en een dag of vier later zat ik als vrijwilliger in Stanleyville. Mijn opdracht was heel kordaat: met mijn eenheden van de UDef FATaC het vliegveld van Stan verdediger tegen de aanvallen van de rebellen of "Simbas", ook Mulelisten genoemd naar hun leider Pierre Mulele, die dikwijls tijdens de nacht ons vliegveld probeerden te veroveren en ons te doden. Dus elke nacht was het over en weer schieten tussen de Simbas en mijn UDA's.
Adjudant Maurice Liebaers, (†), was mijn collega, samen met een zekere "Jo" een Vlaming. Wij hebben goed samengewerkt, net als een zekere "Werdefoi", genaamd "Charlie". Ter plaatse waren we met ongeveer een 180 zwarte UDA's, meestal Katangese Gendarmes, dus reeds zeer goed getraind, maar die een bijkomende, specifieke UDA, opleiding van één maand hadden genoten.
NVDR: Hier gaat het relaas van Adjudant Berton verder in het Frans. Ik heb zo goed mogelijk de exacte vertaling weergegeven, maar natuurlijk is dat niet altijd even evident. Tevens beslaat het volledige verslag niet minder dan 7 bladzijden, zodat ik dus sommige zaken heb moeten inkorten. Het gaat vooral om zaken die waar zijn maar hard en heel gewelddadig overkomen. U moet namelijk weten dat het vechten tegen die Simba's géén kinderspel was, maar harde en vaak onmeedogenlose realitijd. En dan druk ik het nog op zijn zachtst uit.....
Bovendien werd door ons het uitgangsverbod ingesteld van 1800Hr tot de volgende ochtend 0600Hr. Niemand had er belang bij om tijdens die periode zich te tonen, want het was een gewisse dood. En zeker op de weg die langs de Congostroom liep, omdat daar juist die rebellen konden binnendringen. Shoot to kil. Om u een idee te geven van de lengte van die weg: hij liep van aan het vliegveld tot aan de missie van Simi Simi.
Wat mij dwars zat was de slechte bewapening van mijn Congolese UDA's. Zij hadden wapens van het type "Lee Enfield", met een magazijn van slechts 5 patronen. Zij hadden ook enkele machinegeweren die echter om de haverklap vastliepen. Nu moet je weten dat de schrik voor de Simba's er zodanig inzat, dat wanneer de machinegeweren vastliepen, die zwarten gewoonweg ginnen lopen omdat ze geen verdediging meer hadden.
Als de bewakers die gestraften uit de put lieten, dan draaide ik de rollen om en moest de bewaker in de put en de gestrafte moest dan de bewaker bewaken. Ik kan u verzekeren dat drie dagen rechtstaan in een een putje zonder enige mogelijkheid om het u wat aangenamer te maken, een enorm zware straf is die angstvallig vermeden werd.
Op zekere dag kreeg ik bezoek van Kolonel MULAMBA. Mulamba was de militaire commandant van de Oostprovincie. Hij was bijzonder opgetogen over mijn beveiligingsdispositief, maar kon mijn "straf" niet echt waarderen. Langs de andere kant begreep hij evenwel dat er niet veel mogelijkheden waren om die manschappen te straffen, en liet mij bijgevolg mijn straf verder uitvoeren.
Op een andere dag kreeg ik versterking van een peloton van het ANC onder bevel van een zekere Luitenant Mwamba. Die mannen waren fantastisch uitgerust met Fal en Falo, een kanon van 75 mm en nog ander degelijk materiaal. Ik dacht dat ik eindelijk voldoende mansterkte had om een aanval op de Simba's te overwegen, maar toen bleek dat geen enkele van die kerels voldoende kennis had om al die wapens te hanteren. Wat had ik dan aan die mannen. Ze zijn wel een maand bij ons gebleven, maar aangezien ik toch niets aan hen had, was ik ze liever kwijt dan rijk. Ik had immers niet de tijd om hen leren om te gaan met de wapens die zij tot hun beschikking hadden. Dagelijks werden wij immers aangevallen door de Simba's en ik had daarmee mijn handen meer dan vol. Trouwens als er moest opleiding worden gegeven, gebeurde dit in Kamina, waar men de tijd en instructeurs had om zulks te doen, voor ze werden op pad gestuurd.
Om deel twee te lezen, kan u richtstreeks op deze link klikken. |
Invincibiles Et Recti - Fight To Win