
Disclaimer | Contact | Home
Raf Deblaere was één van de vele jongelingen die op 1 april 1954 zijn legerdienst bij de UDA moest aanvatten. Tot 29 september 1955 zou hij er bloed, zweet en tranen laten. 18 maanden zou hij zijn vaderland dienen. Hij zou terechtkomen in Elsenborn, Beverlo, Meerdael en Evere. Hij zou aan het Koninklijk Paleis te Brussel in allerijl gaan dienen om de zieke jongens uit Koksijde te vervangen. Kortom, hij heeft het allemaal meegemaakt. Een echte..... zoals ze ze ze nu niet meer maken, en waar ik nog zou durven voor blozen. Maar zouden we Raf niet beter zelf aan het woord laten....., dit is zijn verhaal !
Voor zover ik het mij allemaal nog herinner was de Kazerne Deschamps in Evere voor die tijd een moderne kazerne, met als nadeel natuurlijk dat er alles zeer proper moest gekuist en gepoetst worden.
Onder de leiding van de Sergeanten Nijs en Mares werden wij opgeleid tot echte UDA's. Dril en nog eens dril, iedere dag opnieuw. Nachtoefeningen in Kraainem en omgeving stonden regelmatig op de dagorde. Wapens die nog afkomstig uit de tweede wereldoorlog, zoals de pistoolmitrailleur STEN MK II, de BREN mitrailleur, (BREN is een acroniem van BRno en ENfield), de Lee Enfield en andere wapentuig moest je zowel bij dag als bij nacht kunnen demonteren en monteren, en dan nog zorgen dat het feilloos werkte....., wat dacht u anders!
Wat door ons positief in die periode werd ervaren was het feit dat men de snelweg van Brussel naar Zaventem bezig was aan te leggen, waardoor de Kazerne niet volledig werd afgesloten. Dit had dan weer als gevolg dat er daar in de buurt andere nachtoefeningen werden georganiseerd. In die periode kregen wij ook de volledig nieuwe Amerikaanse helm. Deze werd in het Belgisch Leger eerst bij de Luchtmacht geïntroduceerd, voor ze naar de andere eenheden gingen, ter vervanging van de platte Engelse helm. Gevolg was wel dat we met onze nieuwe helm onmiddellijk een kampperiode mochten gaan doen in Beverlo.
Wij werden gehuisvest in metalen barakken met binnenmuren van vlasleemplaten en zonder centrale verwarming, (dat is den UDA). Ik herinner mij nog goed hoe wij de eerste morgen na onze aankomst op zoek waren naar de waszaal en het sanitair, en uiteindelijk moesten vaststellen dat dit alles buiten stond. Wassen en scheren gebeurde allemaal buiten met koud water, onder een leiding met veel kleine kraantjes, en een plank om ons spiegeltje op te zetten. De WC was een houten hok die regelmatig moest verplaatst worden. Achteraf werd in die blokken toch sanitair voorzien, maar om ons op de kamer te verwarmen bleef het bij enige kolenkacheltjes, die zeker en vast de oorlog nog hadden meegemaakt. Maar wij waren UDA's en konden wel tegen een stootje, en bovendien was het grote voordeel dat veel schuren, dweilen en poetsen niet nodig was.
Aardappelen schillen, het befaamde patatten jassen was ook een van die minder aangename zaken. De grote aardappelen werden waarschijnlijk door de landbouwers geleverd aan de verschillende frituren die gelegen waren aan Leuven Station, terwijl de kleine soorten dan voor "den troep" overbleven.
In die periode waren er in Meerdael nog veel Engelse militairen aanwezig die instonden voor het onderhoud van de vele bommen en andere munitie die opgeslagen waren in het bos. Het dreigend gevaar van een koude oorlog bleef in die tijd nog altijd bestaan. Hoe tijden toch kunnen veranderen !!!!
Nu en dan een escorte per trein met munitie naar een of andere bestemming was ook één van onze activiteiten.
Niet te doen...
Tot hier deel 1 van Raf, je kan hier klikken om naar deel twee te gaan. |
Invincibiles Et Recti - Fight To Win